Inleiding
“Don’t become a defensive fighter.” Deze uitspraak van zelfverdedigingsexpert Sammy Franco is tegelijk inspirerend en controversieel. In een gevechtssituatie wachten op de eerste slag is zelden verstandig. Toch rijst er in België onmiddellijk een juridische vraag: wanneer wordt proactief reageren overreageren? En hoe verhoudt dit principe zich tot de Belgische wetgeving over wettige verdediging?
In dit artikel koppelen we Franco’s filosofie aan de Belgische rechtspraktijk én aan de inzichten van Rory Miller, auteur van Scaling Force. Zijn model helpt ons begrijpen wanneer en hoeveel geweld gepast is – en wanneer het je in de problemen kan brengen.
De kracht van proactief handelen
Sammy Franco pleit voor een “offensieve mindset”: je neemt het initiatief, je controleert het gevecht. Niet wachten op de aanval, maar deze voor zijn. Dit kan tactisch en psychologisch enorme voordelen hebben:
Voordelen
- Snel uitschakelen van het gevaar: Door het initiatief te nemen, kun je een aanval vaak vóór zijn.
- Dominantie door assertiviteit: Actie brengt vaak mentaal overwicht bij je tegenstander.
- Voorkomen van escalatie: Door tijdig in te grijpen, kan een gevaarlijke situatie snel worden afgebroken.
- Minder verwondingen: Wie sneller en efficiënter reageert, vermijdt vaak langdurige gevechten en dus meer risico.
Nadelen en risico’s
- Wettelijke grensoverschrijding: In België kan een ‘te snelle’ of ‘te harde’ reactie leiden tot strafrechtelijke vervolging.
- Foutieve inschatting van de dreiging: Als je proactief handelt bij een louter verbale dreiging, kan dit disproportioneel zijn.
- Morele en sociale gevolgen: Buiten proportie reageren kan leiden tot sociale veroordeling, verlies van werk of reputatie.
De Belgische wet over wettige verdediging
Volgens artikel 416 van het Strafwetboek is wettige verdediging enkel toegestaan onder strikte voorwaarden. Zoals ook helder uitgelegd op KMTC.be, zijn er vijf voorwaarden:
- Onrechtmatige aanval – De agressor handelt in strijd met de wet.
- Actuele dreiging – Het gevaar is direct of op het punt los te barsten.
- Noodzaak – Er is geen andere realistische manier om te ontsnappen of hulp in te roepen.
- Proportionaliteit – De verdediging staat in verhouding tot de aanval.
- Verdedigingsintentie – De intentie is bescherming, niet bestraffing of wraak.
Belangrijk: Een aanval óf onmiddellijke dreiging moet aantoonbaar zijn. Wie ‘voorzichtig’ aanvalt zonder duidelijke dreiging, loopt risico op vervolging.
Scaling Force van Rory Miller: De juiste intensiteit kiezen
Rory Miller biedt een verfijnd model aan waarmee je als burger of beoefenaar van zelfverdediging kunt inschatten welk geweldsniveau gepast is. In Scaling Force beschrijft hij zes escalatieniveaus:
- Presence – Houding, positionering, alertheid. Je lichaam én energie zenden het signaal: “Ik ben geen makkelijk doel.”
- Verbaal – Assertieve communicatie, grenzen stellen, verbale de-escalatie.
- Beheersend contact – Licht fysiek ingrijpen, zoals iemand afweren of op afstand houden.
- Pijncontrole – Pijn gebruiken om iemand te controleren, zoals polsklemmen of drukpunten.
- Beschadigend geweld – Slagen, trappen, technieken om een aanval te stoppen.
- Dodelijk geweld – Alleen gerechtvaardigd bij een directe, ernstige bedreiging voor leven of lichamelijke integriteit.
Miller benadrukt dat training zich vaak beperkt tot niveau 5 (vechten), terwijl de meeste reële situaties binnen niveau 2 t/m 4 af te handelen zijn.
Zijn belangrijkste les: “Gebruik niet meer kracht dan nodig, maar ook niet minder.”
Wat betekent dit concreet voor de Belgische burger?
- Een proactieve houding én training in alle geweldniveaus maken je veiliger en effectiever.
- Wettelijk gezien moet je de-escalatie altijd overwegen vooraleer je fysieke actie onderneemt.
- Enkel wie oefent in verbale en beheersende technieken zal in stresssituaties proportioneel en wettelijk correct kunnen handelen.
Bijvoorbeeld:
- Verbaal geweld: Reageer met assertiviteit (niveau 2), niet met een stoot (niveau 5).
- Fysiek benaderen: Hand op de borst om afstand te bewaren = niveau 3. Stoten als iemand enkel roept = disproportioneel.
Scenario’s en de juridische grijze zone
- In de bus wordt je bedreigd: Je staat op, maakt oogcontact, zegt duidelijk “Stop” (niveau 1-2).
- Iemand grijpt je pols in een club: Je maakt jezelf los (niveau 3), verlaat de situatie.
- Iemand komt met een mes op je af: Direct fysiek ingrijpen (niveau 5-6) is wettelijk verdedigbaar, mits dreiging actueel en ernstig is.
Grijs gebied:
- Proactief een slag geven omdat “je zag dat hij ging uithalen” is moeilijk juridisch te staven tenzij duidelijk bewijs (camera, getuigen) aantoont dat de aanval onvermijdelijk was.
Training: niet alleen fysiek, maar ook mentaal en juridisch
Verantwoordelijke scholen, zoals vzw KMTC, integreren:
- Wettelijk kader: Kennis van wat mag en wat niet.
- Scenario-based training: Simulaties met escalaties van verbaal naar fysiek geweld.
- Verbaal meesterschap: Leren omgaan met conflicten zonder meteen fysiek in te grijpen.
Zonder deze lagen loopt zelfs de best getrainde vechter risico zichzelf in de problemen te brengen.
Conclusie: de balans vinden tussen initiatief en wettigheid
De uitspraak van Sammy Franco is waardevol: wacht niet tot je geraakt wordt. Maar échte zelfverdediging is geen vrijkaart voor preventief geweld. In België is de juridische lat hoog, en terecht. Het gaat immers om leven, gezondheid en maatschappelijke veiligheid.
Met Rory Miller’s Scaling Force als leidraad kun je leren doseren. En met training in alle geweldsniveaus — van woorden tot wapens — leer je niet alleen overleven, maar ook verantwoordelijk handelen.
Wie zich wil voorbereiden op het echte leven, traint dus niet alleen z’n vuisten, maar ook z’n oordeel.
Meer leren?
Bij Krav Maga Training Centrum (KMTC) leer je niet alleen technieken, maar ook wanneer en hoe je ze inzet volgens de Belgische wet. Meer informatie op: www.kmtc.be.
